Toen het politieke klimaat in Niger in 2007 opnieuw verhit raakte en twee van zijn vrienden en bandleden werden beschuldigd van het zijn van ‘Toeareg-rebellen’ en vermoedelijk door de overheid werden gedood, sloeg Bombino op de vlucht naar Burkina Faso. Daar werd hij in 2009 opgespoord door filmmaker Ron Wyman, die de artiest wilde helpen bij het maken van een volwaardig album. Dat album, Agadez, verscheen in 2011 en liet Bombino’s betoverende zang, hypnotiserende en ontzagwekkende gitaarspel en evocatieve ritmes horen. Het werd uitgeroepen tot een van NPR’s beste ontdekkingen van het jaar.
Voor zijn tweede album, Nomad (2013), reisde Bombino af naar Nashville om samen te werken met Dan Auerbach van The Black Keys. Het resultaat was een schitterend album, vol rauwheid en funky elegantie, dat Bombino definitief vestigde als een ster op het wereldtoneel en als een van ’s werelds beste gitaristen. Voor zijn derde album, Azel, trok Bombino naar upstate New York om met zijn band en producer David Longstreth (Dirty Projectors) te werken. Op Azel introduceerde Bombino een nieuw genre dat hij zelf ‘Tuareggae’ noemt: een mix van Toeareg-gitaar en reggaeritmes.
Zijn daaropvolgende studioalbum, Deran, werd in het najaar van 2017 opgenomen in Casablanca, Marokko, met alleen zijn band en zijn vaste manager Eric Herman als producer. Het album kreeg wereldwijd lovende recensies, waaronder een paginagroot artikel in The New York Times, waarin Bombino werd bestempeld als “The Sultan of Shred”. Op 7 december 2018 werd Deran genomineerd voor een Grammy Award (Best World Music Album), de allereerste Grammy-nominatie ooit voor een artiest uit Niger. Duizenden trotse Nigerianen verwelkomden Bombino bij zijn terugkeer in Niamey met een feestelijke parade na de Grammy Awards.